zaterdag 17 juni 2017

Vers op maat bij werk van Sophie Kahn.




















Men ziet me aan wonden naakt,
Ofschoon ik door het vermogen
Van mijn schepper ben gemaakt
Geenszins wereldzeer te beogen,
Want ik masker alleen ‘t gezicht
Des schoons met een éénge stiel,
Die kloven in het mensdom dicht
En haar leegten vult met een ziel.

vrijdag 9 juni 2017

Dichtstuk op maat bij schilderwerk van Sam Drukker.




















Als van ‘n woestenij ontwricht,
Die menig harte heeft versmacht
En zonder aarzling het zonlicht
Versmolt naar ‘n grauwge nacht        
Faalde storm zijn fataale bruid
Om zich hier ten volle te binden,
Want m’n zonlicht dooft niet uit,
Noch mijn harte kan zij vinden.

woensdag 31 mei 2017

Vers op maat bij creatie van Mattijs van Bergen.




















Op het nachtfloers van de Nubische koning
Vertelt de kunstenaar hoe hij zijn inval ving:
‘Ik krulde sneeuwkruid door winter z’n lokken,
Welke ik ten top bevolkte met roomge vlokken
En in ’n lauwlicht doopte van antieke blossen -
Tot doel één haar hals met noblesse te dossen.’

donderdag 25 mei 2017

Dichtwerk op maat bij werk van Rosemin Hendriks.

















Ten gevolge van ’n rauwe zeer
Giet ik m’n blik over kasseien,
Laat ik het harte des te meer
Een oeverlooze strook plaveien,
En trotseer ik als een rotsbos,
Wat jij me achterwaarende zei:
Jouw zeer kruimelt me nooit los,
Noch van de oever of het plavei.

zondag 14 mei 2017

Vers bij beeld 'Possessed' van Danny van Ryswyk.





















Mij valt geen mysterie ten blijde,
Wanneer ik beide de oogen sluit
Ontvliedt gesnik van duistre zijde
In koorzang de gemaskerde huid;
En venijn scherpt vlezige pluimen,
Welke me vals poogen te verleiden,
Waar de schoon-gewiekten ruimen
Duur ik als Gregoriaanse heiden.

maandag 8 mei 2017

Vers op maat bij tekenwerk van Jeroen Krabbé.


















Her is het oord waar gronde zijn borst
‘t Boomenvolk spreidt en blaadren trost,
En de heuveltjes af en op het eeven veld
Worden zij in het Parisch gras vergezeld
Door wat koren, heide en weemlend mos,
Golft ‘n flank dit oord van ‘t jammerdal los.

maandag 1 mei 2017

Vers bij stalen werk van Henny van der Meer.





















Den zilverberk liefschudde mij
En vergoot me van zijn gewei,
Gleed ik gelijk ‘n staalen traan
Naar benee tegen ‘t molm aan
En ginds heeft ze mij gevonden,
Ze smeedde de negen wonden,
Liet me wassend onderkoomen
Aan deze helderste aller boomen.